Salaris-administratie

Lees meer

Personeels administratie

Lees meer

Advies en beleid

Lees meer

Interim management

Lees meer

Bulletin voor 2016

Ook in 2016 gaat er weer het een en ander wijzigen in de wetgeving die voor u als werkgever van belang is. Wij geven u een overzicht van de belangrijkste wijzigingen. Zijn er onderwerpen waarover u meer informatie wilt, neemt u dan contact met ons op, wij geven u graag een toelichting.

Eindheffing werkkostenregeling

Uiterlijk in de 1e aangifte van 2016 dient de eindheffing werkkostenregeling over 2015 te worden aangegeven. Is het eindheffingsloon meer dan de vrije ruimte, dan ontvangen wij graag uw opgave voor 10 januari 2016. U berekent deze opgave door 80% te berekenen over het verschil tussen het eindheffingsloon en de vrije ruimte. In 2015 bedraagt deze vrije ruimte 1,2% van uw totale fiscale loonsom.

Blijkt uit uw loonadministratie dat u moet aangeven, dan nemen wij in ieder geval dit bedrag mee.

Let op u dient de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen aan te wijzen als eindheffingsloon, dit moet uit uw administratie (niet de salarisadministratie) blijken. Dat doet u door dit bijvoorbeeld aan te tekenen in een personeelsreglement of in een mededeling aan uw personeel.

Legt u deze loonbestanddelen niet vast als eindheffingsloon, dan zijn deze bestanddelen loon voor de werknemer.

Beschikking gedifferentieerde premie Werkhervattingskas 2016

De belastingdienst heeft u in november een brief gestuurd met de informatie over de WhK-percentages 2016 die voor u en ons van belang zijn voor het berekenen van de premies werknemersverzekeringen. Indien u ons nog niet heeft voorzien van een kopie, dan ontvangen wij die graag zo spoedig mogelijk van u.

Elk jaar worden deze percentages per sector en per werkgever opnieuw vastgesteld.

DGA en werknemersverzekeringen

Vanaf 1 januari 2016 is een nieuwe regeling van kracht om te bepalen of een dga verzekerd is voor de werknemersverzekeringen. Deze “Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder 2016” is ook van belang voor de heffing van de bijdrage Zorgverzekeringswet.

Belangrijk criterium is of er sprake is van gezagsverhouding, verkeert de bestuurder in een ondergeschikte positie en kan hij niet zelf besluiten over zijn ontslag dan is er verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen.

Kortom, u kunt als DGA in 2016, naast de Zvw, verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen, zie het “Stappenplan beoordeling verzekeringsplicht directeur-groot aandeelhouder” verderop in dit najaarsbulletin voor een toelichting.

AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd gaat vanaf 1 december 2015 omhoog naar 65 jaar en 6 maanden.

De AOW-leeftijd gaat vanaf 2016 in stappen van 3 maanden omhoog en vanaf 2019 in stappen van 4 maanden. Vanaf 2022 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. U ontvangt uw 1e AOW-uitkering op de dag dat u de AOW-leeftijd bereikt. U kunt hier uw AOW-leeftijd berekenen.

AOW-gerechtigde werknemer ziek

Vanaf 1 januari 2016 betaalt u nog maximaal 13 weken het loon door als een werknemer die de AOW-leeftijd heeft bereikt, ziek is. Dit was 104 weken. Ook krijgt hij in sommige gevallen een Ziektewet-uitkering.

Aanpassingen werkkostenregeling

De gebruikelijkheidstoets wordt aangescherpt en het rentevoordeel voor personeelsleningen voor de eigen woning wordt belast. De nihilwaardering voor het rentevoordeel van de personeelslening om een (elektrische) fiets of een elektrische scooter te kopen, blijft ook na 1 januari 2016 van toepassing.

De gebruikelijkheidstoets houdt in dat de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die u aanwijst als eindheffingsloon, niet meer dan 30% mogen afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. Het moet dus gebruikelijk zijn dat uw werknemer vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen van een bepaalde omvang belastingvrij krijgt en dat u de loonbelasting/premie volksverzekeringen via eindheffing voor uw rekening neemt.

Per 1 januari 2016 vervalt de nihilwaardering voor het rentevoordeel van een personeelslening voor de eigen woning. Dit geldt ook voor de kosten die aan de lening zijn verbonden. U mag het rentevoordeel inclusief de kosten niet aanwijzen als eindheffingsloon als het gaat om een lening waarvan de rente aftrekbaar is in de inkomstenbelasting. U moet het rentevoordeel inclusief de kosten rekenen tot het loon van de werknemer. Uw werknemer kan het belaste rentevoordeel in de inkomstenbelasting aftrekken bij de eigenwoningregeling onder de voorwaarden die daarvoor gelden.

Rentevoordeel berekenen

U berekent het rentevoordeel door het verschil te nemen tussen het afgesproken rentepercentage en de waarde in het economische verkeer van de rente (de rente voor een vergelijkbare lening in de markt) op het moment dat u de lening afsluit of de rentevaste periode ingaat. Het rentevoordeel vult u ook in op de aangifte loonheffingen.

Premiekorting werkgever

Neemt of houdt u een arbeidsgehandicapte, een oudere of een jongere (van 18 tot en met 26 jaar) in dienst? Dan heeft u recht op een tijdelijke korting op de WIA/WAO- en WW-premie.

Met de subsidiecalculator van het UWV en de Belastingdienst kunt u berekenen op hoeveel subsidie recht bestaat als bepaalde werknemers in dienst worden genomen.

Maximale WW-duur verkort

Op grond van de Wet werk en zekerheid wordt de maximale WW-duur met ingang van 1 januari 2016 geleidelijk aan teruggebracht van 38 naar 24 maanden. Gedurende de eerste tien jaar blijft de geldende opbouw van de uitkering gehandhaafd, namelijk één maand WW-uitkering per jaar arbeidsverleden. Voor de jaren daarna geldt dat elk jaar arbeidsverleden leidt tot een langere WW-duur van een halve maand.

Het arbeidsverleden dat werknemers hebben opgebouwd vóór 2016 wordt gerespecteerd. Indien dit arbeidsverleden op 1 januari 2016 meer dan 24 jaar bedraagt, is overigens wel sprake van een geleidelijke afbouw van de WW-duur tot het nieuwe maximum van 24 maanden. Een en ander is van toepassing op nieuwe uitkeringen die ontstaan zijn op of na 1 januari 2016. Mensen die vóór 1 januari 2016 de WW zijn ingestroomd worden niet geraakt door de afbouw zolang zij het werk niet hervatten.

Maximum transitievergoeding verhoogd

Het maximumbedrag van de transitievergoeding bedraagt met ingang van 2016 € 76.000 of één jaarsalaris indien dit jaarsalaris hoger is dan € 76.000. Dit bedrag is alleen van toepassing als een dienstverband eindigt op of na 1 januari 2016.

Verplichte girale betaling minimumloon

Vanuit de Wet aanpak schijnconstructies volgt de verplichting dat vanaf 1 januari 2016 ten minste het netto verschuldigde wettelijke minimumloon giraal wordt uitbetaald. De verplichting tot girale uitbetaling van het minimumloon geldt niet voor de betaling van de vakantietoeslag.

Op grond van het huidige Burgerlijk Wetboek mag u een aantal vorderingen (zoals huur van een woning en boetes) op de werknemer met het loon verrekenen of hierop inhouden. Per 1 juli 2016 zijn deze verrekeningen en inhoudingen niet meer toegestaan indien er niet wordt voldaan aan de girale verplichting van het minimumloon. Het verbod strekt zich niet uit tot de wettelijke minimumvakantiebijslag en de loonbeslagen.

Het is mogelijk dat u momenteel salarisspecificaties ontvangt, waarop geen IBAN nummer wordt weergegeven en de uitbetaling per kas geschiedt. Graag ontvangen wij een opgave van de ontbrekende IBAN nummers.

Specificatie loonstrook

Bedragen waaruit het loon is samengesteld, waaronder eventuele onkostenvergoedingen, alsmede de bedragen die op het loon zijn ingehouden, moeten per 1 januari 2016 gespecificeerd zijn. Als u bijvoorbeeld onkostenvergoedingen verstrekt, moet uit de salarisspecificatie blijken hoe hoog deze zijn, voor welke onkosten deze vergoedingen zijn verstrekt en welke daarvan samenhangen met de dienstbetrekking. 

Ontvangen premiekorting wordt eenvoudiger

Neemt u werkloze jongeren, ouderen en/of arbeidsgehandicapten in dienst? Het wordt eenvoudiger om voor dit personeel premiekorting te krijgen. U bent nu zelf verantwoordelijk voor het berekenen en verrekenen van de premiekorting via de loonaangifte. Straks keert de Belastingdienst het gehele bedrag in één keer uit na afloop van het jaar. Dit doet de Belastingdienst op basis van uw loonaangiftes van het voorgaande jaar.

De Belastingdienst kijkt straks niet alleen naar de werkgeverspremies, maar naar de totale loonbelasting die u afdraagt. Ook als klein bedrijf hebt u daardoor eerder recht op de volledige premiekorting.

Verlenging zwangerschapsverlof bij meerlingen

De Wet modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden voorziet in een verlenging van het zwangerschapsverlof voor werknemers die een meerling verwachten. De inwerkingtredingsdatum van het zogenoemde meerlingenverlof zal 1 april 2016 zijn. In een Kamerbrief van 15 juni 2015 heeft minister Asscher laten weten dat eerdere inwerkingtreding niet mogelijk was vanwege de noodzakelijke aanpassingen aan het ICT-systeem die UWV, dat de regeling uitvoert, voor inwerkingtreding dient door te voeren. De wijziging ziet niet op de verlofuitkering voor zelfstandigen en gelijkgestelden die een meerling verwachten. Met de Verzamelwet SZW 2016 zullen ook deze vrouwen onder de uitbreiding van het verlof worden gebracht. Beoogd wordt om het meerlingenverlof voor zelfstandige en gelijkgestelde vrouwen gelijktijdig met het meerlingenverlof voor werkneemsters plaats te laten vinden.

Aanpassing arbeidsduur

Tot 1 januari 2015 konden werknemers maximaal 1 maal in 2 jaar een verzoek indienen om hun arbeidsuren te wijzigen. Per 1 januari is de mogelijkheid verruimd tot ten hoogste 1 maal per jaar. Als sprake is van bijzondere omstandigheden, dan kan de werknemer ook eerder een nieuw verzoek indienen. Het verzoek van de werknemer moet momenteel nog ten minste vier maanden voor de beoogde ingangsdatum worden ingediend bij de werkgever. Dit verandert op basis van het initiatiefwetsvoorstel Flexibel werken dat per 1 januari 2016 in werking treedt. Deze wijziging zorgt ervoor dat de indieningstermijn van een verzoek wordt gehalveerd, tot twee maanden. Bovendien kunnen werknemers niet alleen verzoeken om de arbeidsduur aan te passen, maar ook de arbeidsplaats en de werktijd. Werkgevers behouden het recht dat verzoek af te wijzen. Zij worden slechts verplicht die (eventuele) afwijzing goed te motiveren.

Arbeidsplaats aanpassen nu ook onderdeel flexibel werken
Heeft u 10 personeelsleden of meer? Vanaf 1 januari krijgen werknemers meer mogelijkheden voor flexibel werken. Werknemers mogen de werkgever straks vragen om naast de contractuele arbeidsduur werktijden, de arbeidsplaats aan te passen (bijvoorbeeld om te kunnen telewerken). Hij mag dit een half jaar na aanvang van het dienstverband vragen, en daarna 1 keer per jaar.

Afschaffing VAR

Het wetsvoorstel DBA (deregulering beoordeling arbeidsrelaties) is in de plaats gekomen van het wetsvoorstel invoering Beschikking geen loonheffingen. Inwerkingtreding staat nu gepland op 1 april 2016. Bij inwerkingtreding wordt het huidige systeem van de VAR vervangen. Tot die tijd blijft de Verklaring Arbeidsrelatie gelden. Opdrachtgever en opdrachtnemer worden gezamenlijk verantwoordelijk gemaakt voor controle op de (fiscale) beoordeling van de arbeidsrelatie. Opdrachtgevers, -nemers en hun belangenorganisaties kunnen (nu al) overeenkomsten voorleggen aan de Belastingdienst. Die beoordeelt wie verantwoordelijk is voor afdracht van loonheffingen.

De Belastingdienst heeft een overzicht gepubliceerd van bepalingen die leiden tot het oordeel wel of geen dienstbetrekking. Dit overzicht kunt u als hulpmiddel gebruiken bij het opstellen van een overeenkomst die in de plaats komt van de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR).

De staatssecretaris heeft aangegeven dat voor deze wet een implementatietermijn tot 1 januari 2017 geldt.

Stappenplan beoordeling verzekeringsplicht directeur-groot aandeelhouder*

Breng de arbeidsrelatie(s) van (alle) bestuurder(s) in beeld, is sprake van arbeid, loon en gezag? Gezag nemen wij aan als er een arbeidsovereenkomst is omdat de bestuurder dan onder formeel gezag staat van de vennootschap. Ontbreekt 1 van de elementen dan zijn de volgende stappen niet meer van belang.

Is de bestuurder aangesteld conform de statuten van de vennootschap? Bij een vennootschap die wordt bestuurd door een rechtspersoon moet in beeld worden gebracht welke natuurlijke persoon feitelijk het bestuur uitoefent van de vennootschap. Is de bestuurder niet aangesteld conform de statuten van de vennootschap (geen statutair bestuurder). De bestuurder is verzekerd voor de werknemersverzekeringen. De volgende stappen zijn niet meer van belang.

Breng in beeld het aandelenbezit van de:

a) De bestuurder

b) De echtgenoot

c) Bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad

De bestuurder heeft geen aandelen? De Regeling aanwijzing directeur-groot aandeelhouder is niet van toepassing. De bestuurder is een werknemer voor de toepassing van de werknemersverzekeringen. De volgende stappen zijn niet meer van belang

De bestuurder heeft al dan niet tezamen met de echtgenoot 50% of meer aandelen die stemrecht geven over zijn ontslag. De bestuurder is geen werknemer voor de toepassing van de werknemersverzekeringen en niet verzekerd. Over het loon zijn geen premies werknemersverzekeringen verschuldigd. De volgende stappen zijn niet meer van belang

De bestuurder heeft al dan niet tezamen met bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad en echtgenoot ten minste ⅔ van de aandelen die stemrecht geven over zijn ontslag. De bestuurder is geen werknemer voor de toepassing van de werknemersverzekeringen en niet verzekerd. Over het loon zijn geen premies werknemersverzekeringen verschuldigd. De volgende stappen zijn niet meer van belang.

De bestuurders bezitten samen alle aandelen van de vennootschap én bezitten als aandeelhouders een gelijk of nagenoeg gelijk deel van het aandelenkapitaal (nevengeschiktheid). De bestuurders zijn geen werknemer voor de toepassing van de werknemersverzekeringen en zijn niet verzekerd. Over de lonen van de bestuurders zijn geen premies werknemersverzekeringen verschuldigd.

Geen van bovenstaande stappen (5 tot en met 7) doet zich voor, de bestuurder is verzekerd voor de werknemersverzekeringen.

 

* Dit stappenplan is opgesteld naar de stand van zaken per 1 januari 2016. Wijzigingen door regelgeving of jurisprudentie na die datum kunnen van invloed zijn op de stappen. Dit stappenplan is bedoeld om te bepalen of een bestuurder van een vennootschap een werknemer is in de zin van de werknemersverzekeringen en verzekerd is voor de werknemersverzekeringen (ZW – WW – Wia) en of de werkgever premieplichtig is en een werkgeversheffing Zorgverzekeringswet verschuldigd is over het loon van de bestuurder.